Voorloper Stadspoli Rug: samen beslissen in de anderhalve lijn

Veel mensen kampen met lage rugklachten. Het is een van de meest voorkomende aandoeningen in Nederland. Maar de zorg voor deze groep patiënten is versnipperd en niet erg uniform. Patiënten worden ook binnen het ziekenhuis van loket naar loket verwezen.

Win-win voor patiënten met lage rugklachten is een van de acht voorlopers van 2019. Naar het overzicht

Om de zorg te structureren en toegankelijker te maken, zijn het MUMC en zorgprofessionals uit de eerste lijn in 2016 de Stadspoli Rug in Maastricht begonnen. Dit is een anderhalvelijnscentrum voor lage rugklachten. De poli is inmiddels bewezen succesvol.

Volgende stap

Nu is het tijd voor de volgende stap. Onderzoekers van gezondheidseconomisch adviesbureau Equalis en de VU hebben deze zomer samen met MUMC en de stadspoli een voorlopersubsidie ontvangen. Die is bedoeld om samen beslissen te implementeren. Het project ‘Win-win voor patiënten bij lage rugklachten’ is deze week van start gegaan, zo vertelt projectleider Lieke Boonen van Equalis.

In de stadspoli werken orthopeden, anesthesiologen, neurologen en gespecialiseerde verpleegkundigen nauw samen. Dit gebeurt in goed contact met de huisarts of eventuele andere verwijzer. Er zijn bijna duizend patiënten gezien en daarvan is ongeveer 90 procent terugverwezen naar de huisarts met een persoonlijk advies en behandelplan.

Kortere doorlooptijden

De anderen zijn doorverwezen naar het ziekenhuis voor nader onderzoek. Dat is bijna de helft minder dan in de traditionele situatie. Daarnaast merkt de patiënt dat de doorlooptijden veel korter zijn. Die gingen van maanden en soms jaren tot twee à drie weken. Volgens het MUMC bespaart deze werkwijze jaarlijks een ton aan ziekenhuiskosten. Het financiële voordeel voor de patiënt is dat hij met behandelingen in het anderhalvelijnscentrum geen eigen risico kwijt is.

In de poli werkt het multidisciplinaire team met gestandaardiseerde PROM-vragenlijsten. “De Stadspoli Rug stimuleert patiënten om de vragenlijsten in de wachtkamer in te vullen en faciliteert patiënten hierin. Dit gebeurt door het beschikbaar stellen van iPads in de wachtkamer. De verpleegkundige kan hierbij ondersteunen”, vertelt Boonen.

Keuzekaarten

Het doel van het project is om meer uitkomstinformatie beschikbaar te krijgen voor artsen én patiënten. Lieke Boonen: “Artsen kunnen de informatie al inzien. Nu gaan we eraan werken dat patiënten dat ook kunnen. Zo weten ze beter wat ze kunnen verwachten. Daarvoor ontwikkelen we een platform of portal. Hierop bundelen we de uitkomstinformatie met bijvoorbeeld consult-kaarten en keuzekaarten en andere informatie van de NVVR, de patiëntenvereniging voor rugklachten. Die is ook samenwerkingspartner in dit project.”

Interactie met arts

Samen met de NVVR worden een informatiepakket en ondersteuning voor arts en patiënt ontwikkeld om de uitkomstinformatie te gebruiken bij samen beslissen. “Voor samen beslissen kun je je niet alleen richten op de patiënt. Met alleen een keuze-app ben je er niet. Ook artsen hebben hulp nodig. Daarvoor zijn bijvoorbeeld praatplaten en stappenplannen ontwikkeld. En artsen krijgen training in het doorvragen naar specifieke factoren.”

Dat vraagt een behoorlijke investering in tijd. Tijdens het project worden de gesprekken tussen arts en patiënt verder geëvalueerd. Dat bouwt voort op onderzoek dat Equalis en de Vrije Universiteit tussen september 2018 en juni 2019 in opdracht van het Zorginstituut hebben uitgevoerd naar succesfactoren voor het samen beslissen tussen zorgverlener en patiënt, en het gebruik van uitkomstinformatie daarbij.  Duidelijk is dat er steeds meer interactie tussen arts en patiënt ontstaat. Lieke Boonen: “Patiënten blijken heel tevreden over de gesprekken met hun arts, al is er altijd verbetering mogelijk.”

Nulmeting

Deze week is gestart met een nulmeting, legt Boonen uit. Voor het eind van het jaar willen de onderzoekers meelopen met de eerste patiënten. Na ongeveer anderhalf jaar, als het informatiemateriaal is ontwikkeld, volgt weer een meting. Het project wordt eind juli 2021 afgerond.

 

 

Reacties