Financiering

Waardegerichte zorg als behandelstrategie

Deze week waait er een orkaan met de naam waardegerichte zorg door Nederland. Nadat afgelopen maandag de Volkskrant opende met het nieuws dat Menzis angst en depressie in de GGZ waardegericht gaat inkopen, laaide de maatschappelijke discussie stevig op. Een paar weken daarvoor kwam de Federatie Medisch Specialisten nog met een position paper met daarin een positief kritische houding tegenover deze ‘Value Based Health Care’. Ik heb me zitten afvragen of hun standpunt en deze mediagolf nu goed nieuws is. Mijn antwoord is: Ja!

Ik heb mijn opleiding tot medisch specialist genoten in de tijd dat de op bewijsvoering gerichte gezondheidszorg in opkomst kwam. Deze beweging vraagt om wetenschappelijk bewijs voor de ingezette behandeling en heeft voor een positieve, maar wel kritische houding gezorgd naar nieuwe technologie en geneesmiddelen in het medisch veld. En maar goed ook, want daardoor zijn we bijvoorbeeld snel overgestapt van bloedstolseloplossers voor een hartinfarct naar een veel effectievere dotterbehandeling.

Als dokter die denkt in diagnoses en behandelingen, kan je naar het concept van waardegerichte zorg en de bekostiging van bijvoorbeeld GGZ ook kijken alsof het een behandeling is. Niet van een patiënt maar van het zorgstelsel. De diagnose is dat het op volume gedreven zorgstelsel ziek is, aldus Porters ‘How to fix healthcare’. Waardegerichte zorg is een strategie, ofwel een manier om een doel te bereiken. In de zorg streven we goede zorg na, tegen een redelijke prijs en waarbij we de patiënt centraal stellen. Waardegerichte zorg biedt de gereedschapskist om deze doelen te bereiken en zo het zorgstelsel te repareren.

Uitkomsten meten

Door uitkomsten te meten en met regelmaat kennis van goede technieken uit te wisselen, krijgen we steeds betere zorg. Ook de kosten van zorg zijn belangrijk, want er is een grens aan hoeveel premie verzekerden willen betalen om dit solidaire stelsel in de lucht te houden. Uitkomsten staan bewust voorop want dan dalen de kosten vanzelf. Liever niet andersom, want als je éérst minder geld beschikbaar stelt en daarna pas met dat budget de kwaliteit probeert te verbeteren, knelt dat de ontwikkeling af. Eerst dus de uitkomsten verbeteren, waardoor financiële ruimte ontstaat omdat er door betere zorg aan de voorkant bijvoorbeeld minder nazorg en medicatie nodig is.

De patiënt ‘centraal’ behoort inmiddels tot de jeukwoorden in de zorg; het wordt veel gebezigd maar mist tastbaarheid. Waardegerichte zorg maakt dit begrip concreet: het organiseren van de keten van alle zorg rondom een aandoening, zoals een lichte depressie. Dwars door de hokjes of muren van organisaties en afdelingen heen, geen afspraken over elk los onderdeel in de keten (huisarts, instelling, psycholoog), maar een vloeiende, afgestemde reis waar elke zorgprofessional hetzelfde patiëntdoel voor ogen heeft en het bereiken van het doel terugziet in de behaalde uitkomsten waar ze samen naar kijken.

Bescheiden

Tegelijkertijd is waardegerichte zorg geen totaalantwoord op de uitdagingen in het zorgveld. Waar Porter het bijvoorbeeld niet over heeft is hoe belangrijk het is dat de patiënt samen met de zorgverlener beslist of behandelen wel zinvol is. Hij spreekt ook niet over het verplaatsen van zorg van het ziekenhuis naar de thuissituatie. Zaken die even belangrijk zijn voor de toekomst van de zorg. Ook de bewijslast van wat het concept waardegerichte zorg nu echt oplevert aan betere uitkomsten en lagere kosten is nog in opbouw. Dat vraagt om bescheidenheid.

Als we naar waardegerichte zorg blijven kijken als een van de behandelstrategieën om het zorgstelsel te genezen, dan blijft er ruimte om er ook andere behandelingen naast te zetten. Een second opinion, als het ware. De standaardbehandeling is immers niet voor elke patiënt de meest geschikte. Voor veel huidige uitdagingen kan waardegerichte zorg echter veel brengen, dus laten we daarop inzetten. Kritisch, maar positief!

Ward Bijlsma is Manager Zorg bij Menzis

Reacties