‘We moeten gisteren keuzes gaan maken’

InoCare staat te popelen om de handen ineen te kunnen slaan met gelijkgestemden die veel respect hebben voor het vakgebied van zorg verlenen en voor de individuele patiënt. Vier vragen aan Menno Visser, directeur Innovatie & Ontwikkeling.

1. Wat is voor InoCare het belang van VBHC?

InoCare voelt sterk een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Toen de oprichters bemerkten dat veranderen van binnenuit in de cure en care niet lukte, zijn zij zelfstandig met twee disruptieve innovaties gestart. Er is een ‘greenfield’ virtueel ziekenhuis opgezet en er zijn vernieuwende woonzorg-oplossingen voor 55+ers gelanceerd onder de naam CuraeVitel. Beide initiatieven zijn fundamenteel gestoeld op VBHC, wat we als reden zien dat zij succesvol zijn en groeien.

Richting 2040 bestaat een fors scheve verhouding tussen het aantal zorgvragers (onder andere  dubbele vergrijzing) en de betaalbaarheid van die zorg vanwege de krappe beroepsbevolking die deze lasten zou moeten dragen.

Kortom, we moeten ‘gisteren’ keuzes gaan maken. VBHC maakt duidelijk dat keuzes consequenties hebben, want de gevolgen zijn communicerende vaten: het ene doen betekent vaak het andere laten. Je kunt geld maar één keer uitgeven, dus liefst zo slim mogelijk. VBHC helpt daarbij, want het benadrukt de balans tussen waarde, uitkomsten en kosten.

InoCare is sterk in het specificeren van die variabelen en deze in praktijk brengen, samen met de zorgverleners. Bij voorkeur over de ‘schotten’ van de eerste en tweede lijn en zorgverzekeraars heen. InoCare is er al met al van overtuigd dat VBHC de énige toekomstbestendige manier is om integraal de totale overheidsuitgaven zorgvuldig te besteden tegen gelijkblijvende of stijgende kwaliteit. VBHC gaat over samen en InoCares ervaring is dat in openheid ‘samen streven naar’ de enige werkbare manier is om verder te komen.

2. Waarom founding partner van het platform?

Wereldwijd hebben VBHC-initiatieven één gemeenschappelijke component: ze komen voort uit durf om gewoon te beginnen. Meestal doordacht, vaak onderbouwd met goede analyses en met een onuitputtelijke passie voor die specifieke mens: de patiënt als persoon en niet als productieparameter.

InoCare is ooit ook op die manier begonnen en oogst steeds meer bijval. Zowel CuraeVitel als het virtuele ziekenhuis ontwikkelen zich snel en inmiddels adviseren wij op strategisch niveau andere zorgorganisaties zoals ziekenhuizen en huisartsenpraktijken. Daarom zijn wij trotse founding partner van Qruxx, zodat wij onze ervaringen kunnen delen

InoCare stuurt hierbij op transparantie en kwetsbaarheid. De theorie van het Prisoner’s Dilemma onderschrijft dat samenwerken veel meer oplevert dan angstig handelen. Samenwerking vergt naast kunde veel vertrouwen. Gelukkig tonen wij inmiddels aan: meer kwaliteit tegen minder kosten kan prima, mits er andersoortige keuzes gemaakt worden. InoCare is inmiddels partner van zorgverzekeraars en rolt in 2018 Good Practices uit met hen. Dergelijke ervaringen delen we graag.

3. Wat is de ervaring van InoCare met VBHC?

InoCare is dagelijks bezig met het werken aan VBHC, simpelweg door de manier waarop zij haar virtueel ziekenhuis heeft georganiseerd. We richten ons steevast op ‘de bedoeling’: zorg vindt plaats tussen een zorgvrager en een zorgverlener. De rest is voornamelijk (organisatorische) bijzaak; het is belangrijk om dat goed te doen, maar nog belangrijker is om je te realiseren dat het ‘slechts ondersteunend’ is aan de bedoeling. Die rol pakt InoCare en dat appreciëren patiënten en medisch specialisten meer en meer.

Voor InoCare is innoveren een kwestie van intrinsiek bezig wíllen zijn met vernieuwen, om blijvend waarde toe te voegen. Wij nemen vaak het initiatief en trekken dan op met de medisch specialist, de onderzoeker en de patiënt. Gezamenlijk zoeken we naar vormen van ‘uitkomsten’ en specifiëren we ‘kosten’, zodat we de VBHC-formule met meer en meer inhoud onderbouwen

4. Wat zijn de toekomstplannen met VBHC? 

InoCare heeft aangetoond dat zowel CuraeVitel als het virtueel ziekenhuis noodzakelijke, ‘VBHC-proof’ veranderingen zijn: de bedoeling komt veel beter uit de verf tegen minder macro-economische kosten en zorgvragers en senioren worden er blij van.

De VBHC ‘win-win-win’-situatie: senioren, wethouders, projectontwikkelaars en bestuurders in de care slaan de handen ineen om volgens het model van CuraeVitel een aangename woonomgeving te creëren. In de loop van dit jaar vindt dit plaats op meer dan tien locaties in Nederland.

Steeds meer horen wij bovendien in het veld dat InoCare mogelijk hét model voor de herinrichting van de planbare tweedelijnszorg heeft vormgegeven. Onze kracht zit in de greenfield-aanpak: totaal opnieuw beginnen.

Programma’s zorgen voor de doorontwikkeling van specifieke VBHC-onderdelen:

  1. Dosisoptimalisatie: het terugdringen van medicatievolumes door medisch specialisten i.r.t. het Farmacotherapeutisch Kompas is een effectieve bezuinigingsmaatrege
  2. Dialogisch analyseren
  3. PGO: eHealth ontwikkelingen zoals een persoonsgebonden omgeving, telemedicine, videoconsulten en digitalisering van kwaliteitsvragen

Kortom, de meest evidente tip voor het realiseren van VBHC is volgens ons: gewoon beginnen. Denk vooraf goed en diep na, betrek dan vlot de stakeholders, blijf in beweging en ga aan de slag. Niet langer praten, vooral gaan doen. En deel vervolgens uw ervaringen… bij voorkeur via qruxx.nl.

Laat u vooral niet tegenhouden door angsten. U kunt de toekomst niet voorspellen. Neem een voorbeeld aan de zeezeilers van weleer: gelukkig bleek de wereld niet plat en vielen hun zeilschepen niet over de rand. De wereld bleek nog mooier dan zij reeds wisten. Laten we naar die mooiere en toekomstbestendige wereld streven. Samen.

Reacties