Zorg, neem afstand van VBHC

Value based healthcare is bedacht door Michael Porter, een econoom van Harvard Business School. Hij wil waarde creëren door een hogere kwaliteit van de zorg voor minder kosten. VBHC wordt strategisch ingevoerd door overheid en zorgbestuurders, voordat dokters en verpleegkundigen zich bewust zijn van de consequenties daarvan.

Er is geen bewijs dat VBHC werkt. Het is wel te verwachten dat het de administratie zal doen toenemen. Het wordt vermarkt met als doel lagere zorgkosten, maar is een verdienmodel van externen. Porter heeft inmiddels meer dan 100.000 USD per voordracht nodig om uit te leggen hoe dat werkt en consultants helpen daar graag aan mee. Meten is eten.

Vergelijk het met de elektronische patiëntendossiers die ook worden vermarkt met als doel lagere zorgkosten. Ze kosten de ziekenhuizen te veel geld en de dokters en verpleegkundigen te veel energie. En dat terwijl de CEO en aandeelhouders van het ICT-bedrijf er goed aan verdienen.

Waar zorggeld is, komen verdienmodellen. Morele zorgbestuurders houden verdienmodellen buiten de spreekkamer. In de GGZ is volgens Porter waarde te creëren door ziekten te classificeren en in een zorgpad symptomen meetbaar te verminderen, maar zonder recht te doen waar de patient aan lijdt, noch dat lijden te verminderen. Schaars is niet geld, maar aandacht.

Van waarde naar menselijke waarden

De tegengestelde beweging wil dat de gezondheidszorg, in tijden van marktwerking en de technologische revolutie, weer een menselijk gebeuren wordt. De ziekte is niet los te zien van de patient en de behandeling niet van de dokter. Het is wel bewezen dat een behandeling in een warme relatie effectiever is. Een diagnostische vragenlijst en een behandeling volgens richtlijn hebben geen waarde zonder klinische ervaring.

Een op menselijke waarden gebaseerde gezondheidszorg zal de patient effectiever behandelen voor minder kosten, zonder de dokters en verpleegkundigen een burn-out te geven. Omdat het relationele en emotionele werk van verpleegkundigen niet wordt gewaardeerd, willen zij nu ook leiders en wetenschappers worden, terwijl de patiënten vragen om menselijkheid van de dokters.

ICT-bedrijven kunnen geen winst maken met menselijke relaties, maar een morele zorgbestuurder durft te kiezen voor het vergroten van de aanwezigheid van de dokter en verpleegkundige bij de patiënt. Hij investeert in mensen voor materie. Waarde wordt gecreëerd in de spreekkamer, niet door Harvard Business School, noch door inkoopvoorwaarden van zorgverzekeraars.

Alternatieven

De op waarden gebaseerde alternatieven zijn er al. In Maastricht de nieuwe GGZ (Jim van Os), Redesigning psychiatry (David van den Berg), in Epen en Driebergen U-center en Henry Mintzbergs Managing the myths of healthcareZorg, neem afstand van VBHC.

Mischa Anna Selis is psychiater en mindfulness trainer. Na haar doctoraal- en arts-examen en na werkervaring in Zambia, Malawi en Londen werkt zij nu bij Mondriaan en in een eigen coachingspraktijk voor dokters en zorgbestuurders in Maastricht. Dit blog is geschreven op persoonlijke titel.

Reacties

Comments

  1. Frank Conijn - GezondeZorg.org

    Het is jammer dat mw. Selis zich bedient van cynisme en het toedichten van speculatief-valse motieven; een psychiater onwaardig. En ze gaat voorbij aan de ontevreden premiebetalers en de patiënten die inzicht willen in de echte kwaliteit van zorg, welke procentueel uiterst grote groepen zijn of gaan worden. De curatieve zorguitgaven rijzen al decennialang de pan uit, ook in de GGZ, zonder dat de gezonde levensverwachting daardoor navenant meestijgt. En het genoemde inzicht is er nauwelijks.

    Dat inzicht krijg je het beste door de klachtenernst te meten bij aanvang (waar dat mogelijk en werkbaar en zinvol is), dat na afloop van de behandelepisode of -periode weer te doen, en het verschil te corrigeren voor de nodige confounders. Het corrigeren is zeer goed te doen — het wordt in de wetenschappelijke wereld dagelijks gedaan. En tezamen met het meten van de patiënttevredenheid (o.a. de empathie van de behandelaar) heet dit: uitkomstmeting.

    Een van de twee hoofdonderdelen van VBHC is nu net uitkomstfinanciering. Het andere is dat voor elke aandoening c.q. klachtenpatroon een formele, transmurale zorgketen gevormd moet worden. Daar kleven veel bezwaren aan, waaronder een grote administratieve belasting (zie https://gezondezorg.org/kem.php#ketenzorg), maar aan uitkomstfinanciering niet.

    Mw. Selis stelt dat met VBHC de administratieve belasting (wel) zal toenemen. Ik weet niet precies hoe het zit in de curatieve psychiatrie, maar in de (rest van de) ziekenhuiszorg bestaat die last voornamelijk uit structuur- en procesindicatoren die constant geregistreerd en gerapporteerd moeten worden. En juist die indicatoren kunnen grotendeels verdwijnen door de uitkomsten te meten.

    En met bepaalde methoden kan de administratieve belasting van het meten van klachtenernst en patiënttevredenheid voor de zorgaanbieder zeer beperkt blijven. Uitkomstfinanciering kan de administratieve belasting dus juist doen verlagen.

    Mw. Selis stelt ook dat er geen bewijs is dat VBHC werkt. Dat zal best, maar dat is er voor het chirurgisch fixeren van een gebroken been ook niet. Soms zijn zaken zo duidelijk, of dermate moeilijk te onderzoeken zoals het effect van uitkomstfinanciering op de kosteneffectiviteit van de zorg, dat het flauw is om wetenschappelijk bewijs te verlangen.

    Tot slot nog even over de verdiensten van Potter. Als mw. Selis net zo vaak gevraagd zou worden voor een lezing over mindfulness, zou ze ook een ton kunnen vragen. Zo simpel is het; Potter zal waarschijnlijk duizenden lezingen per jaar kunnen geven als hij elke aanvraag zou honoreren.